Twijfel

Soms sta je in de boekhandel te twijfelen: is dit een pareltje of onzin? Dan kijk je snel even op internet – waar is de tijd dat we alleen onze intuïtie hadden? – maar je vindt alleen een nietszeggend lemma op Wikipedia en de websites van de auteur en de uitgeverij; niet echt onbevooroordeelde bronnen. Je neemt het risico dan toch maar.

Het boek begint goed, met een poëtische inleiding. De auteur is dan ook een dichter. Dan duikt ze in het probleem van vertalen. Egyptologen, zo argumenteert ze, maken de fout de vertalen vanuit hun eigen visie. Wanneer ze vertalen, vertrekken ze vanuit hun eigen veronderstelling dat het in Oud-Egyptische religieuze teksten moet gaan om mythen.

Met het voorbeeld van een gedicht, laat ze zien hoe taal werkt. Het gaat niet alleen om betekenis en grammatica. Woorden zijn ook materieel. Ze zijn gemaakt uit klank, klank die herhaald kan worden, klank die resoneert omdat woorden met verschillende betekenissen gelijkaardig klinken. En ook het geschreven woord is materieel. We dreigen het wel eens te vergeten, met ons saai Latijns alfabet, maar typografie is een kunst. Lettertekens kunnen mooi zijn. Dat is zeker zo in het geval van hiërogliefen, waar de beeldende natuur van het teken een extra betekenislaag toevoegt aan de tekst.

Vervolgens daalt ze af in de piramide van Oenas, de eerste waar piramideteksten voorkomen. Ze vertaalt lijn voor lijn. Het wordt een astronomisch gedicht: Orion die de hemelpoort openbreekt voor Sirius, de ster die de overstroming van de Nijl aankondigt en voorbode is van de opkomende zon. Of de Egyptenaren vier en een half millennium geleden al dezelfde sterrenbeelden identificeerden als wij, is een vraag die in mij opkomt. Maar ik kies, zoals we vaker aan het begin van een boek, voor suspension of disbelief. Dat opschorten moet ik al snel weer opschorten als de auteur in een intermezzo de piramidetekst linkt aan het boeddhisme en ik geef het helemaal op wanneer ze, aan het einde van het eerste hoofdstuk, de hiërogliefen horizontaal begint te lezen, terwijl de tekst duidelijk in kolommen is opgebouwd, en vervolgens voor de verklaring een beroep doet op Pythagoras, Plotinos en Sint-Augustinus. Het tweede hoofdstuk vangt aan met tantra en chakra. ‘Alles is één’ zongen Elly en Rikkert lang geleden. De auteur die Egyptologen verweet te vertalen vanuit hun eigen denksystemen, is in haar eigen val getrapt. ‘Word wakker!’

Achteraf gezien had ik het kunnen weten, daar in de boekhandel. Geen situering van de tekst in zijn context, weinig Egyptologen in de bibliografie, een eigen nummering van de tekst, zodat vergelijking met andere vertalingen niet gemakkelijker gemaakt wordt. Ze gaat ook niet in gesprek met andere vertalers. Ze probeert alleen Piankoff en Allen belachelijk te maken.

Esoterie dus, het rijk van de fantasten en de charlantans, mensen die verstrikt geraken in zelfverzonnen raadsels en daardoor het mysterie niet zien dat zich elke dag voor hun ogen ontvouwt. The Silver Eye krijgt een plaatsje op de ereplank, tussen de boeken van Immanuel Velikovsky. Boeken die ik koester, omdat ze me herinneren aan waar ik vandaan kom. Ze vormen een waarschuwing voor de broosheid van het kritische denken. Een waarschuwing die vandaag relevanter is dan ooit, nu we omzichtig laveren tussen de antivaxers en de corona-ontkenners in onze omgeving.

Plaats een reactie